• Zoeken

Hepatitis C

Hepatitis C is een ontsteking van de lever die veroorzaakt wordt door een virus. Er zijn verschillende genotypen hepatitis C-virussen. De verspreiding van het hepatitis C-virus vindt hoofdzakelijk plaats via bloed-bloedcontact, bijvoorbeeld door het delen van naalden tijdens injecterend drugsgebruik of blootstelling aan geïnfecteerd bloed, bloedproducten of transplantaten. De prevalentie onder de algemene bevolking is ongeveer 0,1-0,5% (circa 60.000 Nederlanders). De jaarlijkse incidentie is 500.

Hogere prevalenties van hepatitis C worden gevonden bij mensen uit het Middellandse Zee gebied, Oost Europa, Afrika, Azië, (ex) injecterend drugsgebruikers, MSM en mensen die bloed of bloedproducten in het buitenland of vóór 1992 in Nederland hebben ontvangen. Tot 2004 waren injecterend drugsgebruikers de voornaamste risicogroep die acute hepatitis C kon oplopen; vanaf 2006 is dat de groep MSM, en specifieker hiv-positieve MSM. Naar schatting zijn in Nederland bijna 20.000 drugsgebruikers blootgesteld geweest aan het hepatitis C-virus. In Nederland zijn genotypen 1a, 3a en 4d vooral geassocieerd met injecterend drugsgebruik.

Een acute infectie verloopt meestal zonder of met slechts milde aspecifieke klachten als koorts, misselijkheid en grieperigheid. Over het algemeen zal er bij een infectie daarom geen contact worden opgenomen met een arts, waardoor hepatitis C vaak onopgemerkt blijft. Een chronische infectie ontstaat in 80% van de gevallen – doordat het lichaam zelf niet in staat is geweest het virus te klaren – en wordt bij velen gekenmerkt door een lange klachtenvrije periode. Bij een minderheid ontstaan aspecifieke klachten als vermoeidheid, concentratieverlies, of neiging tot depressiviteit ontstaan en is er soms sprake van gewrichtsklachten.

De schade die in de loop van de tijd aan de lever ontstaat, hangt af van de ernst van de ontsteking. Schattingen over het risico op levercirrose lopen sterk uiteen – van 6% tot 25% na 20 jaar infectie – en zijn afhankelijk van de doelgroep. Soms ontwikkelt levercirrose zich in de eerste jaren al, bij anderen is er gedurende vele jaren geen progressie. Ook in aanwezigheid van levercirrose blijven symptomen vaak uit. Pas als de ziekte in een vergevorderd stadium is treden symptomen van leverdysfunctie op. De prognose voor de patiënt is in dit stadium sterk verslechterd: jaarlijks is er 1-5% kans op ernstige complicaties als leverkanker en/of leverfalen.

Door middel van bloedonderzoek wordt de aanwezigheid van antistoffen en virus (HCV-RNA) bepaald. Indien RNA aanwezig is, wordt vervolgens het genotype en de hoeveelheid virus bepaald. Bij een chronische infectie dient de ernst van de leverontsteking – door middel van echo, leverbiopt of fibroscan – en de gevolgen die dit voor de lever heeft vastgesteld te worden.

Na de opsporing van een hepatitis C-infectie wordt door een MDL-arts of infectioloog in samenspraak met de patiënt vastgesteld of, wanneer en welke behandeling zal worden gestart. Factoren die in deze beslissing kunnen worden meegenomen zijn de motivatie van de patiënt, de kans op een succesvolle afloop van de behandeling en de verwachte bijwerkingen.

Er zijn veel ontwikkelingen gaande rondom de behandelmogelijkheden voor hepatitis C. Zo kwamen en komen er in rap tempo verschillende nieuwe middelen beschikbaar, die de kans op een succesvolle behandeling vergroten, bijwerkingen verminderen en de behandelduur verkorten. Ook zijn de succespercentages van de huidige medicatie nauwelijks nog afhankelijk van het genotype, de mate van fibrose of eerdere ervaringen met behandeling. Een succesvolle behandeling is daarmee voor steeds meer HCV-patiënten mogelijk, ook voor harddrugsgebruikers. Een succesvolle behandeling betekent dat er 24 weken na het einde van de behandeling geen HCV-RNA meer in het bloed kan worden aangetoond (oftewel een ‘sustained virological response’ of ‘SVR’).

Gezien de veelheid aan behandelopties, zijn er tools ontwikkeld om specialisten te ondersteunen in de indicatiestelling voor de behandeling van hepatitis C. De twee belangrijkste zijn te vinden in de Toolkit.

Uit zowel wetenschappelijk onderzoek als de Nederlandse praktijk blijkt dat ook drugsgebruikers met een chronische HCV infectie succesvol behandeld kunnen worden, zelfs als zij actief drugs of alcohol blijven gebruiken of psychiatrische comorbiditeit hebben. Ondanks de verbeteringen in de behandeling van hepatitis C, blijft het voor de groep drugsverslaafden van belang dat er voldoende intensieve begeleiding op maat plaatsvindt. Voorafgaand aan en tijdens de behandeling kan de verslavingszorg een belangrijke rol spelen in het motiveren van de patiënt om de behandeling te starten en vol te houden, en in het toewerken naar en behouden van voldoende stabiliteit op verschillende levensgebieden (gebruik, huisvesting, financiën, etc.) om de hepatitis C behandeling te kunnen ondergaan.

Voor meer informatie over hepatitis C kijk op Hepatitisinfo.nl of raadpleeg de LCI-richtlijn Hepatitis C van het RIVM. Op Hepatitisinfo.nl is ook een recent overzicht te raadplegen over de verschillende medicatie die voor de behandeling van hepatitis C beschikbaar is.

Hepatitis C behandelcentra

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen? Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen.